Een vast onderwerp in mijn bierproeverij is hoe men bier dronk in de middeleeuwen. In de middeleeuwen werkte Britse benedictijner monniken drie pond vlees per dag naar binnen, dat met 5 liter bier werd weggespoeld. Hun dagelijkse portie calorieën kwam daarmee op 7375. Meer dan 2 keer de aanbevolen hoeveelheid van een gemiddelde hardwerkende man van tegenwoordig. Gelukkig halen we deze aantallen nooit tijdens de bierproeverij.

Met wijn konden de heren ook goed overweg. Voor de 60 feestdagen per jaar kregen ze een liter wijn per dag. De kerk kon nauwelijks meer religieus genoemd worden. De geestelijken zaten meer in de kroeg dan in de kerk.

In de twaalfde eeuw waren het vooral herbergen, paters, boeren en vrouwen die bier maakten. Er werd voornamelijk gebruik gemaakt van kruidenmengsels om bieren van smaak te voorzien. Combinaties tussen gagel, salie, duizendblad, brem, alsem en dennenhars werden gebruikt.

Het bier in de middeleeuwen was wezenlijk anders dan de bieren die tegenwoordig gedronken worden tijdens een bierproeverij. Doordat de vergisting nooit volledig was, bevatte het bier weinig alcohol en veel restsuikers, waardoor het extra voedzaam was. Er werd erg veel bier gedronken omdat bier veiliger was dan water. In het brouwproces moet bier gekookt worden zodat de ziektekiemen dood gaan. Elke bierproeverij denken we met heimwee terug aan de tijd dat bier gezonder was dan water.

Vaak was er een zware en lichte versie te verkrijgen van bier. De zware versie was bestemd voor paters en hun gasten. De lichte versie werd gedronken door zusters. Bier was de volksdrank bij uitstek, zelfs voor kinderen. Tot in de 18de eeuw dronken jonge, oude, rijke en arme mensen de hele dag bier. Bij het ontbijt, tijdens het werk, met de lunch en het diner. Als ik tijdens een bierproeverij vertel dat men in de gouden eeuw onze voorouders zo’n 450 liter bier per jaar dronken(1,16 liter per dag) krijg ik blikken van ongeloof. In die tijden kon een Hollandse vrouw meer bier drinken dan een Spaanse Soldaat.

 

Voor meer info :